keramieklessen
tjerk van der veen keramiekatelier
geertekerk
keramiek gemaakt door cursisten tijdens keramiekcursus bij Keramiekatelier Geertekerk

meer over de raku-techniek

Het ontstaan van Raku, en de samenhang met de theeceremonie

De Raku-keramiek vindt zijn oorsprong in Japan. Hij ontwikkelde zich daar in nauwe samenhang met de theeceremonie. Thee was volgens de legende, in de elfde eeuw uit China naar Japan gebracht door Boeddhistische monniken. Deze gebruikten de thee als opwekkingsmiddel bij het urenlange mediteren. Tevens dronken zij, als dagelijks ritueel, tezamen thee uit een gemeenschappelijke kom rond de beeltenis van de eerste Zen-patriarch Bodhidarma.

Na enige tijd werd het gebruik van thee overgenomen door de hofadel, en drong het ook in andere lagen van de bevolking door. In de zestiende eeuw werden door zogenaamde 'theemeesters' regels voor het gebruik vastgesteld, met name voor het bouwen en inrichten van de theekamer, de ontvangst en het gedrag van de gasten, en de te gebruiken voorwerpen. Vier dingen staan bij de theeceremonie centraal: natuurlijkheid, respect, harmonie en rust.

De theeceremonie, ofwel "cha no yu", wat men letterlijk kan vertalen als "heet water voor thee", drukte sterk haar stempel op het Japanse leven, en het Japanse schoonheidsideaal. Zowel in de architectuur als in de tuinaanleg, maar ook in de bloemschikkunst, keramiek en schilderkunst komt dit tot uiting.

Wat de keramiek betreft, hadden de theemeesters in het begin een voorkeur voor Koreaanse en Chinese kommen, maar geleidelijk aan werden ook diverse soorten keramiek, die in Japan vervaardigd werden, voor de theeceremonie geschikt geacht. De theemeester Sen no Rikyu propageerde op het eind van de zestiende eeuw in het bijzonder het gebruik van de Raku-keramiek, die in zijn eenvoud en natuurlijkheid zeer goed aansloot bij de theeceremonie. De eerste pottenbakker, die Raku-keramiek maakte was de in Kyoto werkzame Chojiro, zoon van een uit Korea geëmigreerde dakpanbakker (1516-1592). Chojiro's zoon Jokei, die het werk voortzette, kreeg van de Shogun (militaire heerser) Hideyoshi, een zegel ten geschenke, als blijk van waardering voor het werk van zijn vader. In dit zegel was het Chinese karakter "Raku" gegrift. Raku betekent vreugde, geluk, ook wel gemak of eenvoud. Hiermee werd Raku de familienaam van Chojiro en diens nakomelingen, die tot in de twintigste eeuw in de stad Kyoto werkzaam zijn, en al hun werk van het stempel "Raku"voorzien.

Behalve theekommen maakten de Raku-pottenbakkers ook een aantal andere voorwerpen die nodig zijn bij de theeceremonie, zoals theebusjes, waterpotten, schalen en bloemenvazen.

keramiekcursus bij Keramiekatelier Geertekerk keramieklessen bij Keramiekatelier Geertekerk

Kenmerken van Raku-keramiek

Raku-keramiek heeft de volgende kenmerken: het materiaal is poreus aardewerk, dat een slechte geleider is van warmte en daarom zeer geschikt is voor het hanteren van de hete thee. De vorm is simpel, dikwandig en onregelmatig, aanvankelijk altijd geheel met de hand, zonder draaischijf vervaardigd. Hierop wordt een dikke, afdruipende laag, meestal loodhoudend glazuur aangebracht. Zeer bijzonder is het bakproces, waarbij de kom, voor de glazuurbrand, in een reeds voorverhitte, primitieve buitenoven geplaatst wordt, bij een temperatuur, die varieert van 700°C-1100°C Het duurt dan 15-20 minuten voor het glazuur gesmolten is, waarna het voorwerp, roodgloeiend, met een tang uit de hete oven gehaald wordt om af te koelen, in de lucht, in water, of in een bak zaagsel.

De thermische schok, die optreedt bij de plotselinge afkoeling maakt dat het glazuur overal openbarst in haarscheuren. Dit natuurgeweld wordt bij alle andere vormen van pottenbakken juist vermeden, en is alleen mogelijk bij het gebruik van een speciale klei, die in staat is de temperatuurschok op te vangen. Een van de manieren om normale klei hiervoor geschikt te maken is om er reeds gebakken klei in poedervorm (zogenaamde "chamotte") aan toe te voegen.

Oorspronkelijk hadden Raku-kommen altijd een zwart, rood of wit glazuur maar later werden zij ook in andere kleuren gemaakt, en niet alleen door de "Raku"-familie in Kyoto. Mede dankzij de bekende Engelse pottenbakker Bemard Leach, die in Japan zijn opleiding had genoten, raakten westerse pottenbakkers bekend met de Raku-techniek, die vooral na de tweede wereldoorlog in Amerika zeer opbloeide. De Amerikaanse keramist Paul Soldner ontdekte in 1960, toen hij een juist uit de oven gehaalde Raku-pot in bladeren had laten vallen, welke invloed reductie bij afkoeling hierop uitoefende. Sindsdien wordt veel Raku in zaagsel afgekoeld. Dit geeft een enorme rookontwikkeling en het potoppervlak wordt op de ongeglazuurde plaatsen (zoals haarscheuren) zwart.

De spontaniteit, natuurlijkheid en ambachtelijkheid van het Raku-procédé spreken veel hedendaagse keramisten aan. Er zijn veel mogelijkheden voor toepassing, ook buiten het gebied van de theeceremonie en de Zen-filosofie.

Sinds de jaren '70 wordt ook in Nederland door diverse pottenbakkers Raku-keramiek gemaakt.

Door het spectaculaire ontstaansproces, waarbij een uit klei gevormd voorwerp in korte tijd een geheel andere gedaante krijgt door de inwerking van vuur, lucht, water en rookontwikkeling, is het maken van Raku niet alleen een bijzondere belevenis voor de pottenbakker, maar ook een fascinerend kijkspel voor de toeschouwer, boeiender dan menige "happening" .

Mieke G. Spruit-Ledeboer, K. Hoogendam, E. Versteegh.